Ciolos gelooft in de korte keten voor landbouwproducten

Gepubliceerd op Woensdag, 25 april 2012 |

Op een conferentie in Brussel in februari 2012, sprak EU-commissaris voor Landbouw Dacian Ciolos zijn waardering uit voor de korte keten. “Hoewel hoeveverkoop en andere varianten op de korte keten lange tijd niet serieus werden genomen, verkoopt 15 procent van de Europese boeren meer dan de helft van zijn productie lokaal”, zegt Ciolos. Hij wil deze afzetvorm met meer ondersteuning professionaliseren.

Tegenover de grote vraag naar lokale voedselproductie staat volgens de Europese commissaris een korte keten die onvoldoende georganiseerd is en te weinig toegankelijk voor de consument. Uit de Eurobarometerenquête blijkt bijvoorbeeld dat één op twee Europeanen moeite heeft om hoeve- en streekproducten te vinden en te onderscheiden van andere voedingswaren. Onderzoeksinstellingen hebben zich tot vandaag ook te weinig bezig gehouden met alternatieve verkoopssystemen.

Overtuigd van het potentieel van lokale voedselsystemen, pleit Ciolos voor een nieuwe aanpak voor de korte keten. Hij ziet daarin namelijk een manier om het aantal ‘voedselkilometers’ te verkleinen en de economische ontwikkeling van het platteland te bevorderen. “Bedrijven die hoeve- en streekproducten produceren en aan de man brengen, creëren meer jobs dan gangbare landbouwbedrijven”, legt Ciolos uit.

“De producten die land- en tuinbouwers rechtstreeks verkopen, zijn voor iedereen bestemd, zowel arm als rijk”, benadrukt Ciolos. In Italië koopt één op twee consumenten voedingswaren via de korte keten. In het Verenigd Koninkrijk is het aantal boerenmarkten gestegen naar 7.500 in 15 jaar tijd. In landen zoals Griekenland en Roemenië, die ernstig door de economische crisis getroffen worden, groeit het belang van de korte keten aangezien zowel producent als consument daar hun profijt mee doen.

De korte keten hoeft volgens Ciolos niet alleen het speelterrein te zijn van kleinschalige landbouwbedrijven. “Elk landbouwbedrijf, groot of klein, moet zijn eigen afzetstrategie kunnen ontwikkelen”, aldus de eurocommissaris, “daarom moet Europa elk landbouwmodel, zonder vooroordelen of uitzonderingen, steunen.” Dat geldt dus ook voor de korte keten, naar verluidt een goede diversificatiestrategie voor landbouwers.

Ciolos beseft dat het geen eenvoudige opdracht wordt om het potentieel van de korte keten ten volle te ontwikkelen. Hij roept Europa, de lidstaten, regio’s en lokale besturen dan ook op om de korte keten te ondersteunen zodat landbouwers de stap naar deze afzetvorm durven zetten. Voor een aantal knelpunten zoekt Europa naar een oplossing: hoe de stedeling terug bewust maken van zijn voedselproductie, hoe de landbouwer overtuigen om te investeren in de korte keten en hoe de voedselveiligheid garanderen zonder regels uit te vaardigen die ontmoedigend werken voor kleine bedrijfjes.

De Europese landbouwkoepel Copa-Cogeca reageert alvast opgetogen op de uitspraken van de commissaris. De organisatie beschouwt de korte keten als een middel waarmee landbouwers een groter deel van de consumentenprijs kunnen verwerven. “De korte keten verdient speciale aandacht in de pijler plattelandsontwikkeling van het Europees landbouwbeleid”, luidt het. Copa-Cogeca gelooft zelfs dat de korte keten een inspiratiebron kan zijn om betere resultaten te behalen met de reguliere afzet van land- en tuinbouwproducten.

Bron: www.vilt.be